bezorgde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·zorg·de

Deelwoord

bezorgde

  1. verbogen vorm van het voltooid deelwoord bezorgd van bezorgen

Werkwoord

vervoeging van
bezorgen

bezorgde

  1. enkelvoud verleden tijd van bezorgen
    • Ik bezorgde. 
    • Jij bezorgde. 
    • Hij, zij, het bezorgde. 

Bijvoeglijk naamwoord

bezorgde

  1. verbogen vorm van de stellende trap van bezorgd