bezorgd

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·zorgd
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bezorgd bezorgder bezorgdst
verbogen bezorgde bezorgdere bezorgdste

Bijvoeglijk naamwoord

bezorgd

  1. met zorgen beladen
    • Hij begon steeds bezorgder te kijken. 
    • De bezorgde moeder moet altijd weten waar de kinderen zijn. 
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
bezorgen

bezorgd

  1. voltooid deelwoord van bezorgen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.