bezorgd

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·zorgd
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bezorgd bezorgder bezorgdst
verbogen bezorgde bezorgdere bezorgdste

Bijvoeglijk naamwoord

bezorgd

  1. met zorgen beladen
    Hij begon steeds bezorgder te kijken.
    De bezorgde moeder moet altijd weten waar de kinderen zijn.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
bezorgen

bezorgd

  1. voltooid deelwoord van bezorgen