bezonnene

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·zon·ne·ne
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bezonnene bezonnenen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bezonnene

  1. persoon die bezonnen te werk gaat
    • Juist Van Aemstel, de kenner van de staatsinstellingen en het staatsrecht en de meest bezonnene van de edelen, ziet hem als een tiran, (...) [1]
Antoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen