bezoekt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·zoekt

Werkwoord

vervoeging van
bezoeken

bezoekt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bezoeken
    • Jij bezoekt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bezoeken
    • Hij bezoekt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van bezoeken
    • Bezoekt!