bezichtiging

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·zich·ti·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bezichtiging bezichtigingen
verkleinwoord bezichtigingetje bezichtigingetjes

Zelfstandig naamwoord

bezichtiging v

  1. het bekijken
    • De bezichtiging van de kathedraal duurde ongeveer een half uur. 
Vertalingen

Gangbaarheid