bezet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·zet

Werkwoord

vervoeging van
bezetten

bezet

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van bezetten
  2. gebiedende wijs van bezetten
  3. voltooid deelwoord van bezetten
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van bezetten: de stam zonder -t omdat de stam al op -t eindigt en zonder ge- vanwege voorvoegsel [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bezet bezetter bezetst
verbogen bezette bezettere bezetste
partitief bezets bezetters -

Bijvoeglijk naamwoord

bezet

  1. gedomineerd door de aanwezigheid van een vreemd leger
    • Er worden nederzettingen gebouwd in de bezette gebieden. 
  2. bezig, niet beschikbaar
    • Sorry! u kunt hier niet plaats nemen want deze plaats is al bezet. 
    • Kunt u nog even wachten, de dokter is nog bezet. 
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen