bezet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·zet

Werkwoord

vervoeging van
bezetten

bezet

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van bezetten
  2. gebiedende wijs van bezetten
  3. voltooid deelwoord van bezetten
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen bezet
verbogen bezette

Bijvoeglijk naamwoord

bezet

  1. gedomineerd door de aanwezigheid van een vreemd leger
    • Er worden nederzettingen gebouwd in de bezette gebieden. 
  2. bezig, niet beschikbaar
    • Sorry! u kunt hier niet plaats nemen want deze plaats is al bezet. 
    • Kunt u nog even wachten, de dokter is nog bezet. 
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen