bezaaien

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·zaai·en
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bezaaien
bezaaide
bezaaid
zwak -d volledig

Werkwoord

bezaaien [1]

  1. een akker met zaad bestrooien
    • De tekst luidt: 'Uw vee zult gij niet laten paren met dieren van een andere soort. Uw akker zult gij niet met verschillend zaad bezaaien.' Maar de Israëlieten fokten en gebruikten muilezels en muildieren. Het verbod op het bezaaien van akkers met verschillend zaad slaat terug op de heidense gewoonte om graan tussen de wijnstokken te zaaien om de veldgeesten te verzoenen, zodat zij de wijnoogst niet zouden bederven. Mijn conclusie is, dat men zich noch wat betreft het fokken van bastaarddieren noch wat betreft kruisbestuiving noch wat betreft klonen, kan beroepen op bijbelteksten.[2] 
  2. (figuurlijk) door bestrooien bedekken
    • Vooral in de opkomende wereld, maar niet alleen daar, worden de sancties door sommigen in een ander licht bezien. Door Rusland economisch te straffen ondermijnen de VS en Europa het open internationale systeem. Volgens deze opvatting moet de economie gescheiden worden gehouden van politieke ruzies. Waarom zouden nieuwe mogendheden een gelijk internationaal speelveld onderschrijven als de VS en Europa dit met hindernissen bezaaien om hun beperkte belangen na te streven?[3]  
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Dr. G.P.M. Kruyver 3 februari 1998
  3. NRC Philip Stephens 8 september 2014