beywer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Afrikaans

stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
beywer
beywer
volledig

Zelfstandig naamwoord

beywer

  1. wederkerend zich beijveren
    «Webster het hom veral beywer vir 'n Amerikaanse taal, wat moes kom in die plek van Engels.»
    Webster heeft zich vooral beijverd voor een Amerikaanse taal, die in de plaats van Engels moest komen.