bewonderaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·won·de·raar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bewonderaar bewonderaars
verkleinwoord bewonderaartje bewonderaartjes

Zelfstandig naamwoord

bewonderaar m

  1. een persoon die iemand bewondert, de fan, supporter, aanhanger
    • De popster wilde de bewonderaar wel ontmoeten. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.