bewolking

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: bevolking

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·wol·king
Woordherkomst en -opbouw
  • Naamwoord van handeling van bewolken met het achtervoegsel -ing.
enkelvoud meervoud
naamwoord bewolking bewolkingen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bewolking v

  1. het geheel aan wolken dat in de lucht aanwezig is
    • Vandaag is er redelijk veel bewolking en waait het best hard. 
     Wie vanochtend vroeg opstond, naar buiten keek en geen last had van bewolking, kon het begin van een totale maansverduistering zien.[1]
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 16 mei 2022 Weblink bron “Maansverduistering gedeeltelijk in Nederland te zien” (16 mei 2022), NOS
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be