bewindvoerdertje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·wind·voer·der·tje

Zelfstandig naamwoord

bewindvoerdertje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord bewindvoerder