bewijsstuk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·wijs·stuk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bewijsstuk bewijsstukken
verkleinwoord bewijsstukje bewijsstukjes

Zelfstandig naamwoord

bewijsstuk o

  1. (juridisch) een stuk waarin iets als waar wordt gesteld
    • De politie vond vele bewijsstukken die duiden op moord. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.