bewijslast

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·wijs·last
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bewijslast bewijslasten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bewijslast m [1]

  1. (juridisch) verplichting om het bewijs van bepaalde feiten te leveren
     Het blijft bij aan zekerheid grenzende vermoedens en geringe bewijslast die ik in de afgelopen periode heb kunnen verzamelen.[2]

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be