bewijslast

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·wijs·last
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bewijslast bewijslasten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bewijslast m [1]

  1. (juridisch) verplichting om het bewijs van bepaalde feiten te leveren

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen