beweren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·we·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beweren
beweerde
beweerd
zwak -d volledig

Werkwoord

beweren

  1. (overgankelijk) iets met stelligheid verklaren zonder enige bewijsgrond
    Dat werd wel beweerd, maar later bleek het niet waar te zijn.
    beweren bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Afgeleide begrippen
Vertalingen