beweren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·we·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beweren
beweerde
beweerd
zwak -d volledig

Werkwoord

beweren [2]

  1. overgankelijk iets met stelligheid verklaren zonder enige bewijsgrond
    • Dat werd wel beweerd, maar later bleek het niet waar te zijn. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen