bewateren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

bewateren van jonge aanplant
Uitspraak
Woordafbreking
  • be·wa·te·ren
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

bewateren [1]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bewateren
bewaterde
bewaterd
zwak -d volledig
  1. iets voorzien van water; ergens water overheen gieten
    • De dag begint vroeg om zes uur. Het eerste wat ik doe, is mijn akker bewateren. Als ik geluk heb, mag ik oogsten. Mocht dat het geval zijn, dan zaai ik meteen het veld weer in en geef ik de nieuwe zaadjes water. Voor een goede geldstroom is de verkoop van groente en fruit erg belangrijk. Regelmatig komen marktkooplui naar het dorp voor jouw goederen.[2] 
  2. ergens tegenaan plassen
    • In september 2015 introduceert Dirks zijn eerste product, PeeBack, in het tv-programma Pauw. Het principe is even eenvoudig als ingenieus. Door een vochtwerende spray aan te brengen op de gevel worden wildplassers bewaterd door hun eigen urine.[3] 
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf TOKE BEERENS 06 aug. 2017
  3. de Telegraaf HUGO HUIJBERS 09 aug. 2016