bewaarzak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·waar·zak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bewaarzak bewaarzakken
verkleinwoord bewaarzakje bewaarzakjes

Zelfstandig naamwoord

bewaarzak m

  1. een zak waarin je iets kunt bewaren
    • Inspecteurs van de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit, natuurbeheersorganisatie It Fryske Gea en de provincie betrapten de visser en zijn twee maten toen ze de vis in een zogenaamde bewaarzak in het water hingen. Donderdag werden nog zeven bewaarzakken aangetroffen. Opgeteld is de buit 3200 kilo. [1] 

Gangbaarheid


Verwijzingen