bevroren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·vro·ren
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen bevroren
verbogen bevroren

Bijvoeglijk naamwoord

bevroren

  1. door afkoeling in vaste toestand gekomen; volledig met ijs bedekt
    • De rivier was helemaal bevroren. 
     Aan de ene kant wilde ik in de late middag zo snel mogelijk de pas over, maar aan de andere kant zou het de volgende ochtend veel veiliger zijn doordat de sneeuw ’s ochtends vroeg nog bevroren zou zijn, waardoor er minder kans op wegglijden was.[1]
  2. (figuurlijk) geblokkeerd, vastgezet, stilgelegd
    • Alle diplomatieke contacten zijn bevroren. 
    • Een bevroren account, bevroren tegoeden. 
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
bevriezen

bevroren

  1. meervoud verleden tijd van bevriezen
    • Wij bevroren. 
    • Jullie bevroren. 
    • Zij bevroren. 
  2. voltooid deelwoord van bevriezen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be