bevoorrecht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·voor·recht
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van bevoorrechten: de stam zonder -t omdat de stam al op -t eindigt en zonder ge- vanwege voorvoegsel
stellend
onverbogen bevoorrecht
verbogen bevoorrechte

Bijvoeglijk naamwoord

bevoorrecht

  1. rechten genietend die vele anderen niet bezitten
    • In de middeleeuwen was de adel een bevoorrechte stand. 
  2. overdrachtelijk: aangename zaken genietend die velen niet bezitten
    • Iemand met haar talenten is een bevoorrecht mens. 
     De engel van de toekomst was het Pakistaanse meisje Malala, die mij uit mijn bevoorrechte bubbel wakker schudde om meer naar de problemen van andere mensen te kijken.[1]
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
bevoorrechten

bevoorrecht

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van bevoorrechten
  2. gebiedende wijs van bevoorrechten
vervoeging van: bevoorrechten…
verbogen vorm: bevoorrechte

bevoorrecht

  1. voltooid deelwoord van bevoorrechten

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be