bevolken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·vol·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van volk met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bevolken


bevolkte


bevolkt


zwak -t volledig

Werkwoord

bevolken [1]

  1. (overgankelijk) van volk voorzien
    De voormalig onbewoonde eilanden werden bevolkt door immigranten.
  2. (overgankelijk) als bewoner leven op, aanwezig zijn op
    De straten van Amsterdam worden bevolkt door veel toeristen.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal