bevolken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·vol·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van volk met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bevolken
bevolkte
bevolkt
zwak -t volledig

Werkwoord

bevolken [1]

  1. overgankelijk van volk voorzien
    De voormalig onbewoonde eilanden werden bevolkt door immigranten.
  2. overgankelijk als bewoner leven op, aanwezig zijn op
    De straten van Amsterdam worden bevolkt door veel toeristen.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandse taal