bevlogene

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·vlo·ge·ne
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bevlogene bevlogenen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bevlogene v/m

  1. iemand die (te) enthousiast voor iets is
    • Onze bevlogen vriend haalt graag een andere bevlogene aan, eerst aan de universiteit, nu als redacteur bij een uitgeverij, Anthony Mertens, die het begrip gestiek hanteert, de wijze waarop een boek je tegemoet treedt, al meteen op de eerste bladzijde: toon, timbre, stijl, sfeer, ritme en tenslotte ook compositie. Je kunt ook de gestiek van films bestuderen maar het schoolvak, dat is wettelijk zo geregeld, heet nu eenmaal literatuur. [1] 
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.

Verwijzingen