Naar inhoud springen

bevitte

Uit WikiWoordenboek
  • be·vit·te
vervoeging van
bevitten

bevitte

  1. enkelvoud verleden tijd van bevitten
    • Ik bevitte. 
    • Jij bevitte. 
    • Hij, zij, het bevitte. 
  2. aanvoegende wijs van bevitten
  3. verbogen vorm van bevit, voltooid deelwoord van bevitten