bevissing

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·vis·sing
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bevissing
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bevissing v [1]

  1. de intensiteit waarmee men vissen vangt in een bepaald gebied
    • Proeven hebben echter aangetoond dat het herstel van mosselbanken, die onder meer door bevissing zijn verdwenen, niet eenvoudig is. Geduld hebben voor natuurlijk herstel is op zijn plaats. Het niet-verstoren van bestaande mosselbanken moet prioriteit hebben boven herstelexperimenten, stellen de onderzoekers. [2] 
    • De andere, vaak lange, brieven gaan over onder meer landbouw, architectuur en homeopathie. Ook suggereert hij in een brief dat de marine zou kunnen helpen bij het bestrijden van illegale visserij. „In het bijzonder hoop ik dat de illegale bevissing van de Antarctische diepzeeheek hoog op uw prioriteitenlijst staat, want zolang de handel daarin doorgaat is er weinig hoop voor die goede oude albatros, waarvoor ik zal blijven vechten”, schrijft hij aan het ministerie van Landbouw. [3] 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.

Verwijzingen