bevillinger

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Woordafbreking
  • be·vil·lin·ger
Woordherkomst en -opbouw
  • Deense zelfstandig-naamwoordsvorm met het voorvoegsel be-
Naar frequentie 46493

Zelfstandig naamwoord

bevillinger, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van bevilling