bevilling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·vil·ling

Zelfstandig naamwoord

bevilling m/v

  1. vergunning
    «Advokaten ble fratatt sin bevilling
    De advocaat werd zijn vergunning onttrokken.
Verbuiging
m enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   bevilling     bevillingen     bevillinger     bevillingene  
genitief   bevillings     bevillingens     bevillingers     bevillingenes  
v enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   bevilling     bevillinga     bevillinger     bevillingene  
genitief   bevillings     bevillingas     bevillingers     bevillingenes  
Gelijkklinkende woorden
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • ha bevilling til å skjenke øl og vin
een vergunning hebben om bier en wijn uit te schenken
  • søke bevilling
verzoeken om een vergunning


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·vil·ling

Zelfstandig naamwoord

bevilling v

  1. vergunning
Verbuiging
v enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   bevilling     bevillinga     bevillingar     bevillingane  
genitief                        
m
bijvorm
enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief       bevillingi              
genitief                        
Gelijkklinkende woorden
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • bevilling som advokat
vergunning als advocaat