bevestigde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ves·tig·de

Werkwoord

vervoeging van
bevestigen

bevestigde

  1. enkelvoud verleden tijd van bevestigen
    • Ik bevestigde. 
    • Jij bevestigde. 
    • Hij, zij, het bevestigde.