beveiligingsinstallatietje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·vei·li·gings·in·stal·la·tie·tje

Zelfstandig naamwoord

beveiligingsinstallatietje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord beveiligingsinstallatie