bevatte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·vat·te

Werkwoord

vervoeging van
bevatten

bevatte

  1. enkelvoud verleden tijd van bevatten
    • Ik bevatte. 
    • Jij bevatte. 
    • Hij, zij, het bevatte. 
  2. aanvoegende wijs van bevatten
  3. verbogen vorm van bevat, voltooid deelwoord van bevatten