beukennootje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Fagus sylvatica

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • beu·ken·noot·je
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord beukennoot beukennoten
verkleinwoord beukennootje beukennootjes

Zelfstandig naamwoord

beukennootje o dim. tant.

  1. (plantkunde) (voeding) Fagus sylvatica op Wikispecies vrucht van de beuk
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Zelfstandig naamwoord

beukennootje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord beukennoot