beugen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Duits

Woordafbreking
  • beu·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudhoogduitse bougen.
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beugen
beugte
gebeugt
volledig

Werkwoord

beugen

  1. buigen
  2. vervoegen