betweterig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bet·we·te·rig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen betweterig betweteriger betweterigst
verbogen betweterige betweterigere betweterigste
partitief betweterigs betweterigers -

Bijvoeglijk naamwoord

betweterig

  1. het beter (denken) te weten dan anderen
    • Voordat je een letter hebt gelezen, tref je op de eerste bladzijde een waarschuwing aan: ‘de protagoniste van deze roman gaat nogal prat op haar eruditie, hetgeen resulteert in ruim honderd citaten uit de wereldliteratuur’. Het is niet bepaald een zin die je voor het boek of voor de hoofdpersoon inneemt, en ook een nogal vreemde introductie op een roman. Het kan niet anders dan dat je hier te maken krijgt met een onsympathiek, betweterig personage. (Margot Dijkgraaf NRC 2 februari 2016) 
    • Macht corrumpeerde eens te meer: de hoop van Georgië werd een potentaat omringd door jaknikkers, te betweterig en neoliberaal naar Roelofs’ smaak. (Coen van Zwol NRC 5 maart 2015) 
Synoniemen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen