betreuren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·treu·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
betreuren
betreurde
betreurd
zwak -d volledig

Werkwoord

betreuren

  1. (overgankelijk) leedwezen tonen over iets
    De ondergang van zo veel diersoorten wordt allerwegen betreurd, maar het blijft vaak bij treurnis.
Vertalingen