betrekkelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·trek·ke·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen betrekkelijk betrekkelijker betrekkelijkst
verbogen betrekkelijke betrekkelijkere betrekkelijkste
partitief betrekkelijks betrekkelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

betrekkelijk

  1. enkel waarde of betekenis hebbend in vergelijking met iets anders, relatief
    • Dat vind ik een betrekkelijk begrip. 

Bijwoord

betrekkelijk

  1. tamelijk, nogal
    • In die winkel zijn de artikelen betrekkelijk goedkoop. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.