betoveringetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·to·ve·rin·ge·tje

Zelfstandig naamwoord

betoveringetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord betovering