betonnen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ton·nen
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen betonnen

Bijvoeglijk naamwoord

betonnen

  1. van beton vervaardigd
    • Hij was tegen een betonnen muur aan gereden. 
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van ton met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
betonnen
betonde
betond
zwak -d volledig

Werkwoord

betonnen

  1. overgankelijk een vaarwater met tonnen afbakenen
    • Die geul is nu gelukkig beter betond. 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
92 % van de Vlamingen.