betoeterd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·toe·terd
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘gek’ voor het eerst aangetroffen in 1903 [1]
  • uit het middelnederlands [2]
stellend
onverbogen betoeterd
verbogen

Bijvoeglijk naamwoord

betoeterd

  1. gek, idioot
    • De Vignale biedt verdomd veel auto voor zijn geld. Maar ik zie ook dat die prijs juist tegen hem moet pleiten op de markt waar hij de BMW-mannen moet overtuigen. Die willen te veel betalen om te laten zien dat ze het hebben. Die vinden 53.000 euro voor de misschien wel beste Ford uit de geschiedenis een ordinaire fooi. De ellende is dat Ford dat idiote struikelblok niet kan wegnemen door pakweg 20.000 bovenop op de prijs te gooien. Want dan zeggen die verwende BMW-jongens weer: Hallo zeg, 70 mille voor een Ford, zijn ze helemaal betoeterd? Terwijl de euro’s branden in hun zakken.[3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Verwijzingen