betoelagen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·toe·la·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van toelage met het voorvoegsel be- en met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
betoelagen
betoelaagde
betoelaagd
zwak -d volledig

Werkwoord

betoelagen

  1. subsidie krijgen
    • Het plaatsen van windmolens werd betoelaagd met 10 miljoen euro. 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

18 % van de Nederlanders;
59 % van de Vlamingen.