betimmerd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·tim·merd
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van betimmeren: de stam met de uitgang -d, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
betimmeren

betimmerd

  1. voltooid deelwoord van betimmeren