betastte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·tast·te

Werkwoord

vervoeging van
betasten

betastte

  1. enkelvoud verleden tijd van betasten
    • Ik betastte. 
    • Jij betastte. 
    • Hij, zij, het betastte.