betaalmeester
Uiterlijk
- Geluid: betaalmeester (hulp, bestand)
- IPA: / bə'talmestər / (4 lettergrepen)
- be·taal·mees·ter
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | betaalmeester | betaalmeesters |
| verkleinwoord |
de betaalmeester m
- (financieel) iemand die uitbetalingen doet
- ▸ Kapitein Timochin, met de rode neus, de gewezen compagniecommandant van Dolochov, die nu bij gebrek aan officieren bataljonscommandant was, kwam verlegen de schuur binnen. Achter hem kwamen een adjudant en de betaalmeester van het regiment.[2]
- ▸ Hij pleitte opnieuw voor het vertrek van Griekenland uit de euro. 'Van Athene moet een voorbeeld worden gemaakt, dat deze eurozone ook zijn tanden kan laten zien. Duitsland kan niet langer de betaalmeester voor de Grieken zijn.[3]
- ambtenaar van de belastingen
- [1] geldschieter
- Het woord betaalmeester staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ “Oorlog en Vrede” (1869), van Oorschot, ISBN 978902825115 1
- ↑
Weblink bron “Duitse coalitie fel over bankvergunning aan Europees noodfonds” (05-08-2012), Tubantia
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 13
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Financieel in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal