bestempelen
Uiterlijk
- Geluid: bestempelen (hulp, bestand)
- IPA: / bəˈstɛmpələ(n) / (4 lettergrepen)
- be·stem·pe·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bestempelen |
bestempelde |
bestempeld |
| zwak -d | volledig | |
bestempelen
- overgankelijk ergens een stempel opzetten
- Die stukken waren duidelijk bestempeld met het officiële stempel "confidentieel".
- overgankelijk overdrachtelijk: iets of iemand -al of niet terecht- in een bepaalde categorie plaatsen
- Hij werd in dat programma als een mogelijke kandidaat bestempeld.
- ▸ Maar ja, met de beste wil van de wereld kon je deze dag niet als een normale dag bestempelen.[1]
[2] noemen
- Het woord bestempelen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "bestempelen" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ “All-inclusive”
(2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht
, ISBN 90-229-9182-2 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voorvoegsel be- in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Onscheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %