bestempelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·stem·pe·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bestempelen
bestempelde
bestempeld
zwak -d volledig

Werkwoord

bestempelen

  1. (overgankelijk) ergens een stempel opzetten
    Die stukken waren duidelijk bestempeld met het officiële stempel "confidentieel".
  2. (overgankelijk) overdrachtelijk: iets of iemand -al of niet terecht- in een bepaalde categorie plaatsen
    Hij werd in dat programma als een mogelijke kandidaat bestempeld.