besteller

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
bestellers van banketbakkerij Krul

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·stel·ler
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord besteller bestellers
verkleinwoord bestellertje bestellertjes

Zelfstandig naamwoord

besteller m

  1. De besteller bracht iedere week precies op tijd de brieven.
    •  

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.