bestaanbaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·staan·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bestaanbaar bestaanbaarder bestaanbaarst
verbogen bestaanbare bestaanbaardere bestaanbaarste
partitief bestaanbaars bestaanbaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

bestaanbaar

  1. wat kan, doenlijk is
    • De bestaande oplossingen zijn onvoldoende om deze grote problemen te kunnen oplossen. 
    • In dit opzicht is de empirische werkelijkheid, waar de regen niet ophoudt als wij dat willen, de bus net vertrokken is en wij in het algemeen niet krijgen wat we wensen, maar een armzalige toestand. Hoeveel beter zouden wij het niet zelf kunnen verzinnen? Niet de minsten onder ons zijn deze bedrieglijke weg ingeslagen. Dichters, zoals Baudelaire, schilders (Gustave Moreau) en zelfs koningen (Ludwig II van Beieren - 'Ik wil een raadsel blijven, voor anderen en voor mijzelf') zochten bedroefd het onmogelijke. Ze konden niet anders, aangezien de bestaanbare wereld hen te zeer tegenstond. [1] 
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. P.F. Thomése NRC 5 januari 1996