bespottelijkheid
Uiterlijk
- be·spot·te·lijk·heid
- afleiding van bespottelijk met het achtervoegsel -heid
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bespottelijkheid | bespottelijkheden |
| verkleinwoord |
- de mate waarin iets belachelijk is
- iets dat belachelijk is
- Het woord 'bespottelijkheid' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.