bespoten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·spo·ten
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
bespuiten

bespoten

  1. meervoud verleden tijd van bespuiten
    • Wij bespoten. 
    • Jullie bespoten. 
    • Zij bespoten. 
  2. voltooid deelwoord van bespuiten

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.