besodemieterd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·so·de·mie·terd
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van besodemieteren: de stam met de uitgang -d, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van: besodemieteren
verbogen vorm: besodemieterde

besodemieterd

  1. voltooid deelwoord van besodemieteren
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen besodemieterd besodemieterder besodemieterdst
verbogen besodemieterde besodemieterdere besodemieterdste
partitief besodemieterds besodemieterders -

Bijvoeglijk naamwoord

besodemieterd

  1. (informeel) van de pot gerukt
    • ben je nu helemaal besodemieterd? 
  2. (informeel) beroerd, ellendig
    • ik voel me vandaag knap besodemieterd 


Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.