besnijden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
besnijden besneden
besnijdenis
Uitspraak
Woordafbreking
  • be·snij·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
besnijden
besneed
besneden
klasse 1 volledig

Werkwoord

besnijden

  1. overgankelijk door snijden vormen, bewerken
  2. overgankelijk (bij mannen) de voorhuid van de penis wegsnijden
    • De meeste Amerikanen worden besneden als ze nog een baby zijn. 
  3. overgankelijk (bij vrouwen) de clitoris verminken
    • 30.000 besneden vrouwen in Nederland [1] 
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen