beslijkt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·slijkt
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van beslijken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
beslijken

beslijkt

  1. voltooid deelwoord van beslijken, met slijk besmeuren

Gangbaarheid

64 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.