beslaat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·slaat

Werkwoord

vervoeging van
beslaan

beslaat

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beslaan
    • Jij beslaat. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beslaan
    • Hij beslaat. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van beslaan
    • Beslaat!