beseffeloos
Uiterlijk
- Geluid: beseffeloos (hulp, bestand)
- be·sef·fe·loos
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | beseffeloos | beseffelozer | beseffeloost |
| verbogen | beseffeloze | beseffelozere | beseffelooste |
| partitief | beseffeloos | beseffelozers | - |
beseffeloos
- zonder besef
- Langzaam reed de vrachtwagenchauffeur achteruit, volkomen beseffeloos van de schade welke de voor hem onzichtbare achterkant van de vrachtwagen aanrichtte.
- Het woord 'beseffeloos' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.