beschuldigde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·schul·dig·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord beschuldigde beschuldigden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

beschuldigde m

  1. een persoon die de schuld heeft gekregen van iets
    • De beschuldigde mocht zichzelf nog wel verdedigen in de rechtbank. 
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
beschuldigen

beschuldigde

  1. enkelvoud verleden tijd van beschuldigen
    • Ik beschuldigde. 
    • Jij beschuldigde. 
    • Hij, zij, het beschuldigde. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie